
De verschillende ondergronden
Een blik onder de coulissen
Elke vloer bestaat uit een dragende laag en een toplaag. Om er zeker van te kunnen zijn dat een vloer ook op de lange termijn functioneel blijft, moeten beide lagen goed met elkaar verbonden zijn. Niet minder belangrijk is dat de dragende laag en de toplaag bestand zijn tegen de mechanische en chemische belastingen die het eisenprofiel op de plaats van gebruik met zich meebrengt.
Voor het succesvol renoveren en/of afwerken van vloeren is het van doorslaggevend belang dat bekend is hoe de ondergrond is samengesteld en hoe daarmee moet worden omgegaan. Het onderstaande overzicht van de meest voorkomende ondergronden en hun kenmerkende eigenschappen maakt dit gemakkelijker.
| Beton | Cementvloer | Magnesiet | Anhydriet (calciumsulfaat) | Gietasfalt | |
|---|---|---|---|---|---|
| Afkorting volgens DIN EN 13.813: | C (concrete) | CT (cementitious screed) | MA (magnesite screed) | CA (calciumsulfat screed) | AS (mastic asphalt screed) |
| Bindmiddel | cement | cement | watervrij magnesium-chloride met magnesiumoxide | watervrij calcium-sulfaat (CaSO4) | bitumen |
| Kleur | grijs of licht blauwachtig | grijs | geelwit of gekleurd met metaaloxide-pigmenten, bijv. grijs, rood, geel, groen | Geelwit beige | zwart |
| Kenmerken-de eigenschap-pen | ideale ondergrond voor verzegelingen en afwerkingen; beton kan buitengewoon sterk zijn | meest gebruikte deklaagsoort; verschillende uitvoeringen mogelijk, bijv. als afschot, voor verwarming of egalisatie, als hechtlaag of op een scheidingslaag | spanningsarme gietvloer, is bestand tegen zware mechanische belastingen, maar gevoelig voor vocht en daarom niet geschikt voor natte ruimten en voor buiten | Spannings-arme gietvloer op een schei-dingslaag van folie; is gevoelig voor vocht en daarom niet geschikt voor natte ruimten en voor buiten en alleen te gebruiken in combinatie met een afwerklaag, een verzegeling of vloerbedekking | Thermoplas-tisch, waterdicht, vrij van holle ruimten en nagenoeg niet-dampdoor-latend; meestal op een papieren scheidings-laag; kan ook op grote oppervlak-ken zonder voegen worden gelegd; zeer snel te gebruiken |
| Oppervlak | glad tot ruw, soms met oppervlakteveredeling | glad of bezemruw, soms met oppervlakteveredeling | glad, nabehandeld met was of een dispersie als onderhoudsmiddel | glad | glad, gepolijst met korrel 0,6–1,2 mm |
| Laagdikte | variabel, mind. 5 cm | 3–5 cm | 1,5–2,5 cm | 3–5 cm | 2–4 cm |
| Korrelgrootte van de toeslagstoffen | 0–35 mm | 0–8 mm | 0–2 mm | 2–8 mm | 0–2 mm |
| Toepassingsgebied | industriehallen, privé en bedrijfsmatig gebruikte ruimten | privé en bedrijfsmatig gebruikte ruimten | bij speciale eisen aan geluids- en warmte-isolatie of zware mechanische belasting | Woning-bouw, kantoorruimten | Woning-bouw en industrie |
| Huishoudvocht CM-% | 2,5–3,5 | 2,5–3,5 | 3–12 | 0,5 | - |
| Max. restvocht CM-% | 4 | 4 | 12 | 0,5 | - |
| Droogtijd na inbouw | 4–8 weken | 4–8 weken | ca. 3 weken | ca. 4 weken | 2–3 uur |