
Soorten houten onderdelen
Maatvast, beperkt maatvast en niet-maatvast
Hout past zich door zijn vochtigheidsgehalte permanent aan het klimaat in de omgeving aan – telkens afhankelijk van temperatuur en luchtvochtigheid. De schommelingen in het vochtigheidsgehalte hebben volumeveranderingen van het hout tot gevolg, het zogenaamde zwellen en krimpen. Deze volumeveranderingen dienen om de maatvastheid van de houten onderdelen te definiëren. Afhankelijk van de vereiste maatvastheid wordt de laagopbouw gekozen – en wel zodanig dat volumeveranderingen worden beperkt of geheel worden voorkomen.
Bij de afwerking van houten onderdelen buitenshuis dient een reeks normen en regels in acht te worden genomen, onder andere VOB DIN 18 363 en DIN EN 927-1, volgens welke afwerkmaterialen en afwerksystemen in de volgende toepassingsgroepen worden ingedeeld.

Maatvast zijn onderdelen waarbij maatveranderingen slechts in zeer geringe mate toegestaan zijn. Ramen, buitendeuren, en maatvast verpende en geplakte (verlijmde) raam- en deurluiken kunnen hier als voorbeeld worden genoemd.

Beperkt maatvast zijn houten onderdelen met toegelaten maatveranderingen in beperkte omvang. Dit geldt bijvoorbeeld voor beplankingen met groef en veer, tuinmeubels, vakwerk, overhangende daken en lijsten en buitendeuren, raam- en deurluiken, voor zover deze al niet als maatvast moeten worden beschouwd.

Niet maatvast zijn onderdelen waarvan de volumeveranderingen niet beperkt zijn, dus bijvoorbeeld met open voeg gemonteerde buitenbekledingen van planken, open potdekselingen op een lattenrooster, overlappende beplankingen, shingles, palissaden, houten roosters of schuttingen.